Objectieven

Objectieven

Een fototoestel vangt licht op en legt dit vast op de sensor. Dat licht komt de  camera binnen via de opening vooraan. Op die opening zit een lens gemonteerd.
“Lens” is eigenlijk een verkeerd woord. Als we over de lens van de camera spreken  bedoelen we eigenlijk het objectief.
Een objectief bestaat uit meerdere lenzen.

Een lens is een glazen schijfje waardoor het licht valt en gebundeld wordt.
Een objectief van een camera is een voorzetstuk dat op een camera kan geschroefd worden, dat uit meerdere (eventueel bewegende) lenzen bestaat.
Gemakshalve wordt er in de volksmond echter over een lens gesproken waneer we eigenlijk een objectief bedoelen.
Het objectief is een noodzakelijk element van een fototoestel.Het objectief vangt het licht op en leidt het gericht door het diafragma.
Het diafragma maakt ook deel uit van het objectief, in tegenstelling tot de sluiter die zich in de body bevindt.
Het diafragma is de opening van de lens waardoor het licht valt.Hoe groter die opening, hoe meer licht er door kan, dat is logisch.
Er is echter nog een tweede effect: de grootte van de opening bepaalt ook de scherptediepte van de foto.Hoe kleiner de opening, hoe meer scherptediepte.
Niet alleen de opening van het diafragma zelf, maar ook de lengte van de lens (brandpuntsafstand) is van belang bij het bepalen van de hoeveelheid licht die door de lens komt.Door een korte lens komt veel meer licht dan door een lange tunnel van een zoomlens.Daarom o.a. kost een goede, lichtgevoelige zoomlens veel geld.
Omwille hiervan wordt het groots mogelijke diafragma van een lens ( de lichtsterkte van een lens)altijd uitgedrukt in een verhouding van de lengte van de lens over de opening van de lens.Deze breuk geeft als resultaat het getal( de lichtsterkte van de lens)
                             brandpuntsafstand          50mm                         50mm
De lichtsterkte =  ———————-        ——–   =1,4              ——– = 2,8
                              diameter objectief           35,5mm                      17,8mm
De opening van het diafragma staat onderaan in de breuk,
dus er geldt: hoe groter die opening, hoe kleiner het f-getal.
Een kleiner f-getal betekend dus meer licht.
De meeste lenzen hebben minimaal een f-getal
tussen 3,5 en 6, duurdere lenzen,
de meer lichtsterke lenzen hebben een kleiner f-getal.
Een f/1,4 lens geldt als een zeer lichtsterke lens.
Indeling
Er zij een aantal manieren om objectieven in te delen in categorieën.
Objectieven worden opgedeeld in 2 grote groepen:
     *objectieven met vaste brandpuntsafstand
     *objectieven met variabele brandpuntsafstand
De brandpuntsafstand is de afstand van de eigenlijke lens, waar het licht binnenvalt, tot aan het diafragma.Hoe groter deze afstand, hoe verder we “kijken” met onze lens.
Om dus in te zoomen op een voorwerp of een beeld, moet de brandpuntsafstand vergroten.
Bij verwisselbare objectieven, bij reflexcamera’s, wordt de optische zoom dus niet uitgedrukt in aantal keer( zoals bij compactcamera’s:4x optische zoom) maar in brandpuntsafstand:200mm brandpuntsafstand is 10x zoom t.o.v 20mm brandpuntsafstand.
Objectieven met een vaste brandpuntsafstand zijn lenzen waarvan de brandpuntsafstand niet kan worden aangepast.Er kan m.a.w. niet gezoomd worden met deze lenzen, in tegenstelling tot de objectieven met variabele brandpuntsafstand, waar je door het draaien aan een ring het objectief en dus de brandpuntsafstand langer kan maken.Daarom worden deze laatste ook wel eens zoom-objectieven of zoomlenzen genoemd.

Groothoek, standaard,tele en macro

Een ander criterium om objectieven op te delen, is in de beeldhoek die ze aankunnen. Een objectief met een korte brandpuntsafstand „ziet‟ een wijde hoek (een breedhoek), terwijl een objectief met een lange brandpuntsafstand heel ver ziet, maar wel onder een beperkte hoek.

Aan de hand hiervan worden objectieven vaak opgedeeld in 4 categorieën:

*Standaard
*Groothoek (fish-eye)
*tele
*macro

Standaard

Een standaard lens is ongeveer gelijk aan het beeld dat het menselijk oog ziet. 

Bij een full-frame camera komt dit neer op ongeveer
50mm. Voor deze range zijn er voor elk merk vaak
erg betaalbare objectieven te verkrijgen met een vast
brandpuntsafstand. Bijvoorbeeld de 50mm f/1.8 van
Canon of Nikon. Voor om en nabij de 100,- euro
koop je een haarscherp en erg lichtsterk objectief.
Erg handig wanneer je ’s avonds in een restaurant zit
en een fotootje wilt maken, je kunt je flitser dan uit laten en toch nog een bruikbare sluitertijd halen.

Er zijn ook zogenaamde standaard zooms.

Deze zoomlenzen hebben een bereik dat rondom de 50mm ligt, bijvoorbeeld 28 tot 75mm. Deze standaard zooms worden ook vaak als kitlens bij de camera aangeboden en bieden een bruikbare range. Uiteraard zijn er ook professionele varianten op de kitlens beschikbaar zoals de 24-70mm f/2.8 L lens van Canon.

En dergelijk objectief biedt een mooi bereik voor zo’n 80 procent van de foto’s gemaakt door een doorsnee fotograaf.
Voor digitale camera’s met een zogenaamde cropfactor (kleiner sensor met bijvoorbeeld een 1.5x, 1.6 of 2.0x vergroting van het beeld) zijn er speciale (kit)objectieven ontworpen die bijvoorbeeld 18 tot 50mm bereiken.

Op een cropcamera (het merendeel van de digitale spiegelreflexcamera’s) komt dit bereik overeen met ongeveer 27 tot 75mm.

Groothoek objectieven

Met een groothoekobjectief (wide angle) kun je veel van de omgeving vast leggen. Alles kleiner dan 28mm wordt gezien als groothoek, al is 28mm op een crop camera natuurlijk niet bepaald groothoek meer te noemen (als je rekening houdt met de cropfactor kom je dan ongeveer op een 18mm uit voor eenzelfde beeld).

Bij een groothoek lens lijkt alles wat verder weg is veel kleiner en alles wat (erg) dichtbij is juist extreem groot. Door dit effect kun je leuke creatieve foto’s maken met een groothoek lens. Doordat een groothoek lens optisch lastig te maken is hebben dergelijke lenzen altijd veel last van vervorming. Deze vervorming is achteraf eenvoudig te corrigeren met Photoshop, maar hoeft niet altijd storend te zijn.

Hoe groter de hoek bij een groothoekobjectief, hoe groter de scherptediepte. Bij een 10mm lens hoef je dan ook nauwelijks meer scherp te stellen, het beeld is bijna overal scherp. Voor bijvoorbeeld landschapfotografen is deze grote scherptediepte in combinatie met de grote hoeveelheid die je van de omgeving kunt vastleggen een pluspunt en een goede reden om een dergelijk lens in je fototas te hebben zitten.

 

Fish-eye lenzen

Ook een bepaalde vorm van een groothoek lens is een fish-eye lens.  Met een fish-eye lens kun je een foto maken waarop alles onder een hoek van bijna 180 graden te zien is. Er komt dus erg veel op de foto. Als je niet op past heb je al snel ook je eigen voeten erop staan terwijl je gewoon recht vooruit aan het fotograferen bent. Een fish- eye lens levert geen beeldvullend plaatje op maar een cirkelvormige foto. De rest eromheen is zwart (daar valt geen licht). Tenzij je een speciale fish-eye hebt voor een crop camera zul je bij een cropcamera zelfs niet eens de complete cirkel te zien krijgen. Fish-eye lenzen zijn in de praktijk weinig praktisch en worden dan ook niet zo heel veel gebruikt.

Telelenzen

Met telelenzen kun je onderwerpen die verder weg zijn dichterbij halen. Alles boven de 100mm wordt een telelens genoemd en ze zijn te krijgen tot zo’n 1200mm. En dergelijke extreme telelens is echter erg prijzig en daarbij ook enorm groot en zwaar. Dergelijk extreme telelenzen zijn vooral geliefd onder natuurfotografen. Je kunt zo vanaf een grote afstand toch dat ene vogeltje of dat angstige hertje beeldvullend vastleggen. Telelenzen met een minder extreem bereik kunnen erg nuttig zijn om bijvoorbeeld bij evenementen mensen vast te leggen zonder dat je anderen hierbij hindert.

Een voordeel van telelenzen is dat ze een kleine scherptediepte geven. Hierdoor is het gemakkelijk om je onderwerp losstaand van de achtergrond te krijgen. De achtergrond wordt al snel onscherp. Het nadeel van telelenzen is dat bewegingen van je hand erg versterkt worden in het beeld. Je hebt dus een snelle sluitertijd nodig om een scherpe foto te maken of je moet met een statief werken. Voor een snelle sluitertijd heb je weer veel licht nodig, dus is een lichtsterke telelens hierbij aan te raden. Helaas zijn dergelijke lenzen wel erg prijzig. Als ‘regel’ voor de sluitertijd kun je aanhouden dat het aantal millimeters van de lens gelijk moet zijn aan het aantal milliseconden van je sluitertijd (1 gedeeld door het aantal milliseconden feitelijk). Bij een 300mm lens moet je dus een sluitertijd van 1/300ste gebruiken voor een foto zonder bewegingsonscherpte.

Veel telelenzen beschikken over beeldstabilisatie (Bij Canon IS genoemd, bij Nikon VR) om deze bewegingsonscherpte tegen te gaan. Een dergelijk optie is dan ook zeker aan te raden op een goede telelens.

De Nikon 70-200 mm f/2,8 VRII telelens;lichtsterk met beeldstabilisatie

 

Macro objectievenMet een macro objectief kun je onderwerp van heel dichtbij vastleggen. Bij een goed macro objectief is de beeldverhouding op het optimale punt 1:1, het beeld dat op je sensor valt is dan dus even groot als het onderwerp in werkelijkheid is. Macro- objectieven zijn eigenlijk altijd lenzen met een vast brandpuntsafstand. Er zijn ook telelenzen die een zogenaamde macro stand hebben, deze halen echter niet de 1:1 verhouding en zijn kwalitatief wat minder.
Macrolenzen zijn vaak erg lichtsterk, maar wanneer je erg dicht op je onderwerp zit moet je een groot diafragma (kleine opening) gebruiken om nog voldoende scherptediepte te krijgen om bijvoorbeeld een vlieg er helemaal scherp op te krijgen.
Veel licht is dan gewenst. Eventueel kun je hiervoor gebruik maken van een speciale macroflitser.
Behalve voor macrofoto’s zijn dergelijke objectieven vaak ook erg geschikt voor mooi portretfoto’s. Nikon noemt haar macrolenzen overigens microlenzen.

Distortie / vervorming

Een objectief is een complexe glazenwinkel: een reeks bolle en holle lenzen werken optimaal samen om je het goede beeld te geven.

Bij een zoomobjectief bewegen de lenzen onderling t.o.v. elkaar, en verandert de beeldvorming. Het is dan ook onmogelijk om op elke zoomafstand een perfect beeld te bewaren, enige beeldvervorming is onvermijdelijk.

Zo’n beeldvervorming of -distortie wordt cushion and barrel distortion genoemd. Aan het korte eind van de zoom (breedhoek) krijg je kussenvervorming, waarbij de zijkanten van de foto ingedeukt lijken; aan het verre eind (tele) krijg je tonvervorming: de zijkanten bollen op.

Dit soort vervorming is onvermijdelijk bij zoomobjectieven, maar hoe groter het zoombereik, hoe groter de vervorming zal zijn. Daarom verkiezen professionele fotografen een 18-70 mm samen met een 70-200 mm objectief boven één 18-200 mm objectief. Bovendien kost een superzoom-objectief vaak meer dan de afzonderlijke objectieven samen.

Deze vervorming heeft gelukkig wel het voordeel dat deze perfect symmetrisch loopt, en dus softwarematig, met programma‟s als Photoshop, kan uitgeschakeld worden. Maar dat vraagt natuurlijk bewerkingswerk achteraf.

Fitting en alternatieve merken

Om het objectie op de camerabody’s “vast te schroeven” is een degelijk en stofdicht systeem nodig.Dit systeem verschilt van fabrikant tot fabrikant en heet de mount of fitting.

Binnen eenzelfde merk hebben alle reflexcamera’s normaal gezien dezelfde fitting zodat objectieven probleemloos op meerder camera’s van hetzelfde merk kunnen gebruikt worden.Dit zorgt er wel voor dat je redelijk vast hangt aan een merk eens je objectieven in huis hebt gehaald.

Bij Nikon wordt al jaren de zogenaamde F-mount gebruikt.Deze werd ook al gebruikt op oude analoge toestellen zodat objectieven van 20 jaar oud nog steeds passen op een moderne Nikon reflexcamera.Weet wel dat niet alle snufjes op de camera kunnen gebruikt worden als er geen elektronica in het objectief aanwezig is.

De fitting van het objectief is niet uniek voorbehouden aan een merk.Dat wil zeggen dat je voor je objectieven niet hoeft te houden aan het merk van je camera.

Merken als Tamron, Sigma en Tokina bvb bieden vaak goedkopere alternatieven voor de merklenzen, die met aangepaste fittingen verkrijgbaar zijn.Op een Nikon toestel kan je dus Nikon objectieven gebruiken, maar even goed Tamron of Sigma objectieven met aangepaste fitting.

Enkel andere aandachtspunten:

Schaduw

Nog een nadeel van superzoom-objectieven (die een zoomgamma van groothoek tot tele aanbieden), is dat ze groot en lang zijn.
Dit levert niet alleen flink wat gewicht op tijdens het wandelen, maar zorgt er ook voor dat soms een schaduw van het objectief kan zichtbaar zijn!
Bij de Nikkor 18-200 VR bv. is het objectief op 18 mm (groothoek) zo lang dat bij gebruik van de (interne) flitser er onderaan een halve cirkelschaduw zichtbaar is op de foto.
Oplossing: een ander objectief gebruiken, meer inzoomen of een externe flitser gebruiken.

Vignettering

Nog een kenmerk dat lange objectieven wel eens durven hebben, is vignettering. Dit is een fenomeen waarbij in de vier hoekjes van de foto minder licht binnenvalt, waardoor de hoekjes wat donkerder uitslaan. Op zich is dit meestal niet storend, en kan het probleemloos softwarematig (met bv. Photoshop) weggewerkt worden.

Zonnekap

Bij sommige objectieven heb je de mogelijkheid om een zonnekap te gebruiken.
Een zonnekap is een opzetstuk voor het objectief dat je kan gebruiken bij buitenfoto’s in fel zonlicht.De zonnekap vermijdt dat er rechtstreeks zonlicht in de lens valt, wat overbelichting kan veroorzaken.

Geef een reactie