Landschapsfotografie

Brandpuntafstand   

Landschappen zijn vaak groots en meeslepend, daar hoort een wijde blik op de wereld bij en wat beter dan gebruik te maken van een groothoeklens. Een groothoek lens is in de 35mm definitie een lens die 24mm en korter is. Omgerekend naar digitale camera’s met een ‘cropfactor’ van 1,5-1,6x betekent dit dat je bij ongeveer 16mm spreekt over groothoek. Er zijn ook lenzen die starten bij 11-12mm, we spreken dan van ultragroothoek.

Een voordeel van een groothoek lens is dat ze vaak erg scherp zijn en een grote scherptediepte hebben. Als landschapsfotograaf ben je bijna altijd op zoek naar maximale scherpte voor een scene om zoveel mogelijk detail van het landschap te tonen. Blijf niet op afstand van het landschap, maar duik er in. Met een groothoeklens kun je heel dicht op stenen en rotsen komen, deze scherp in beeld hebben en ook nog een groot deel van het landschap tonen.

Maar vergeet ook de telelens niet, soms werkt een landschap niet goed in de breedte, maar met de telelens kan wel net dat mooi detailbeeld van een eenzame boom worden gefotografeerd. Ook kun je gebruik maken van de compressie van het beeld die een telelens geeft. Hierdoor lijken de elementen uit de scene dichter op elkaar te staan. Ook werkt een tele- of macrolens erg goed om de sfeer van een plek vast te leggen, net die kleine details die de plek bijzonder of interessant maken. Hierdoor bied je de kijker een totaalbeeld van een plek.

De werkwijze die ik vaak verkies is om eerst het grote beeld vast te leggen en daarna steeds meer in te zoomen (met de lens of door te lopen).Hierdoor kun je een hele scène doorwerken en op vele verschillende manieren benutten.

Diafragma

Voor het fotograferen van landschap werk ik vaak met de AV stand, deze geeft de diafragma voorkeur aan de camera door en zoekt daar een geschikte sluitertijd bij. Aan de hand van het histogram bepaald ik of onderbelichting of juist overbelichting nodig is met behulp van de -2 tot +2 sluitertijd compensatie. Is meer compensatie nodig, dan schakel ik over naar de manuele stand voor complete controle.

Het histogram geeft een goede indicatie over een bepaalde delen van de foto overbelicht zijn of niet. Witte delen (waarin geen detail meer is te zien) worden met door middel van knipperende rode vlekken weergegeven op het LCD scherm. In de meeste gevallen kun je beter iets onderbelichten en dan door middel van software correcties detail uit de schaduwen terug halen dan dat je detail verliest in de witte delen. Bij digitale fotografie zijn die niet meer te redden.

Sluitertijd en statief

Landschapsfotografen zweren bij een goed (stevig, licht) statief. Voldoende scherpte is van absoluut belang bij een landschapsfoto, wat betekent dat er met een klein diafragma (een hoge f-waarde) wordt gewerkt en dat sluitertijden al snel te lang worden om de camera met de hand vast te houden. Zeker als de hoeveelheid beschikbaar licht tijdens een zonsopkomst- of ondergang beperkt is. Een statief dwingt je ook om meer bedachtzaam te werk te gaan, meerdere composities te onderzoeken en heel precies te werk te gaan. Ondanks dat het meeslepen van een statief vaak als een hindernis wordt ervaren is het toch altijd de moeite waard.

Zorg er voor dat je statief stabiel staat zodat je camera niet kan omvallen en de wind er geen vat op heeft. Vooral in open landschappen kan er erg veel wind waaien en dat zie je meteen in de resultaten, zeker bij langere sluitertijden. Verhoog desnoods de ISO waarden om de sluitertijden zo snel mogelijk te maken. Je kunt ook nog je tas aan het statief hangen, de meeste statieven hebben daar een haakje voor. Maak ook gebruik van een draadontspanner, als je met je vinger de sluiterknop indrukt gaat er toch nog altijd een kleine trilling door de camera.

Scherpte

Een lastig punt bij landschapsfotografie is het bepalen van de focus. Eerder gaf ik aan dat het belangrijk is dat er zowel in de voorgrond als in de achtergrond iets te zien is. Het is ook belangrijk dat alle onderdelen zo scherp mogelijk zijn, zeker als een foto groot wordt afgedrukt. Aangezien de afstand tussen de voor- en achtergrond in landschappen vaak over tientallen of honderen meters gaat betekent dit dat een grote scherptediepte nodig is (vandaar het dichtgeknepen diafragma, de hoge f-waarden).

De combinatie diafragma, brandpuntafstand en afstand van het onderwerp tot de camera leveren een specifieke focusdiepte op. De focusdiepte bestaat uit een aantal onderdelen. Allereerst de minimale focusafstand (focus dichtbij), het begin van de scherptediepte. Vervolgens is er de afstand van scherpte tot het onderwerp (1/3 van de totale scherptediepte) en de afstand van het onderwerp tot een onscherpe achtergrond (2/3van de totale scherptediepte). Deze afstanden bij elkaar opgeteld vormen de verre focus, het einde van de scherptediepte.

Dit kunnen we gebruiken om het focuspunt te bepalen. Aangezien een kleiner deel van de voorgrond scherp is dan van de achtergrond, moet de focus in ieder geval richting de voorgrond liggen. Hier komt de ‘regel’ vandaan dat het het beste is om de focus op het onderste deel van het frame te leggen, op ongeveer 2/3 hoogte van de bovenkant. Dit is soms waar de horizon ligt (als je gebruik maakt van de regel van derden), maar kan ook de locatie van een rots of een boom zijn. Op deze manier garandeer je de maximale scherptediepte in een foto.

Op de DOFMaster site kun je bekijken wat het effect van de brandpuntafstand van de lens en de afstand tot het onderwerp is op de focusafstand voor dichtbij en veraf. Geef het aantal mm van de lens in en selecteer je camera uit de lijst. Vervolgens wordt er een lijst weergegeven met verticaal de afstanden tot het onderwerp en horizontaal de diafragma waarde. Met Near wordt aangegeven vanaf welke afstand de voorgrond scherp is, met Far wordt aangegeven tot welke afstand de achtergrond scherp is. vanaf een bepaald punt is de achtergrond scherp tot in het oneindige (infinity). Onderaan staat ook de Hyperfocal Distance (hyperfocale afstand) vermeld, als je op dit punt scherpstelt krijg je de maximale scherptediepte voor die diafragma en brandpuntsafstand combinatie.

Witbalans en filters

UV filter

Het UV-filter heeft op zichzelf op de hoogte waarop wij leven en voor digitale sensoren niet zo veel zin. Het filter blokkeert namelijk UV licht, iets wat vooral hinderlijk is op foto’s genomen op film en op grote hoogte. Het filter helpt dan een blauwe kleurzweem te voorkomen. Onder of op zeeniveau is het effect van het filter beperkt.

Digitale sensoren zijn sowieso niet gevoelig voor UV. Maar het UV-filter wordt toch veel gebruikt op digitale camera’s en dan met name als bescherming van de lens. Het filter kan de eerste klap opvangen in plaats van het voorste glaselement van de lens. Beter een schade van een paar tientjes dan van honderden euro’s.

Nadeel van het UV-filter is dat het om relatief goedkoop glas gaat dat een extra buffer vormt voorop de lens, waarin het licht kans heeft heen en weer te kaatsen. Hierdoor neemt het contrast af en loop je een groter risico op lensflare bij schuin invallende lichtbronnen. Zeker als er stof of ander vuil op het filter zit. Een deel van de fotografen is daarnaast van mening dat je geen goedkoop stukje glas voor een lens die vele honderden euro’s heeft gekost moet steken, de camerafabrikanten hebben met dure coatings hun best gedaan een optimale beeldkwaliteit te leveren die je met een los filter negatief beïnvloedt. Als je het lensflare nadeel wegdenkt, dan zal het effect van het extra glas op de foto waarschijnlijk beperkt zijn, maar iedereen heeft hier zijn eigen gevoel bij.

Ik gebruik standaard altijd de zonnekap op de lens en hiermee heb ik tot nu toe alle klappen kunnen opvangen. Daarnaast helpt de zonnekap om lensflare te voorkomen en kan het contrast verbeteren. Het maakt mij niet uit of ik binnen of buiten fotografeer, overal kunnen lichtbronnen zijn die net verkeerd in de lens vallen waardoor er flare ontstaat en met de zonnekap help ik dat voorkomen. Ook de zonnekap vergt een investering, vaak is deze duurder dan een UV-filter, maar in mijn optiekwel een betere investering.

Dit is inderdaad een beetje een controversieel onderwerp en zoals je ziet – en zelf zegt – zijn er voor- en nadelen op te noemen. Wat de uiteindelijke keuze is hangt er van af hoeveel belang je hecht aan de beeldkwaliteit, de kwaliteit van je lenzen en de omstandigheden waarin je je bevindt waar het voorste element van de lens het te verduren zou kunnen krijgen.

Verloopfilters

Eén van de grootste geheimen van landschapsfotografie, die een grote impact hebben op de foto’s die je kunt nemen, is het grijsverloopfilter. Verloopfilters worden veel gebruikt voor landschapsfotografie, omdat het belangrijk is dat het zowel in lichte delen als donkere delen genoeg detail zichtbaar is. Door een grijsverloopfilter te plaatsen is het niet meer nodig een compromis te vinden tussen uitgebeten luchten en diepe zwarte schaduwen.

Bij fotografie heb je vaak te maken met compromissen. Beperkingen in de omgeving waar je fotografeert, het aanwezige licht en het onderwerp kunnen er toe leiden dat je niet helemaal je visie kunt uitleven. Dit komt bijvoorbeeld duidelijk naar voren als je op een mooie zonnige dag een gebouw dat in de schaduw staat fotografeert en ook die mooie blauwe lucht wilt meepakken.

Je zult dan zien dat de lucht wit wordt uitgebeten als je de belichting instelt op het gebouw of dat het gebouw erg donker wordt als je de belichting instelt op de lucht. Door ergens in het midden te gaan zitten met de belichtingsinstelling behoud je een gedeelte detail in het gebouw en een gedeelte detail in de lucht.Maar het is een duidelijk compromis en meestal komt het er op neer dat je kiest voor dat deel van het beeld dat het belangrijkst is en dus het meeste detail moet hebben.

Beperkingen

Dat je de keuze moet maken komt door een beperking die de sensor van elke digitale camera heeft, het dynamische bereik van de camera. Het dynamische bereik is het verschil tussen de lichtste delen en de schaduwen in een foto. Een digitale camera kan over het algemeen 7 F-stops (stappen naar links of rechts op de lichtmeter) contrastverschil aan, waar het menselijk oog makkelijk tot 10-14 F-stops contrastverschil kan zien.

Elke F-stop betekent een halvering of verdubbeling van de hoeveelheid licht die op de lens valt. Je kunt dit ook op je camera zien, de lichtmeter heeft vijf stappen van -2 (erg donker), -1 (donker) naar 0 (midden), +1 (licht) en +2 (erg licht). Ook in het histogram kom je deze verdeling weer tegen. In de ‘echte’ wereld is het verschil tussen de lichtste en donkerste delen vrijwel altijd maximaal 10 F-stops. Je camera mist dus nogal wat detail als je op pad gaat.

 

Als de lucht heel fel is en de voorgrond erg donker dan is het contrastverschil al snel meer dan 5 stops en dan ga je detail in de lucht (wit uitgebeten) of de voorgrond (erg donker) verliezen. Soms kan dit een creatieve keuze zijn (zoals de foto hierboven), maar het kan soms ook een ongewenst effect geven. Om het contrastverschil te verminderen bestaan er een aantal mogelijkheden. De eerste mogelijkheid is om gebruik te maken van een flitser om het donkere deel bij de lichten waardoor het contrastverschil afneemt. Het bereik van zo’n flitser is echter erg beperkt als je over gebouwen en landschappen praat.

 

Een andere truc om dit tegen te gaan is door verschillende foto’s van hetzelfde onderwerp te nemen en deze dan in een grafisch bewerkingsprogramma (zoals Photoshop, Paintshop Pro of Coreldraw) samen te voegen. Je creëert dan een zogenaamde ‘high dynamic range’ (hdr) foto. Dit is relatief veel werk en bij onderwerpen die bewegen heb je niet de tijd drie foto’s te nemen.
Dit kun je ook nog in een grafisch programma (zoals Adobe Lightroom of Adobe Camera Raw) opvangen door drie varianten van de foto te maken met verschillende belichtingstijden, een zogenaamde High Dynamic Range (HDR) foto. Als je in het RAW formaat fotografeert kun je dit zonder kwaliteitsverlies een heel eind redden. Echter detail die je hebt verloren (vooral in de lichte delen) tijdens het nemen van die ene foto kun je nooit meer terug halen.

Grijsverloopfilter

Hier komt de ‘Graduated Neutral Density Filter’ (in het Nederlands een ‘gradueel dichtheidsfilter’ of ‘grijsverloopfilter’) om de hoek kijken. Dit filter, dat je voor de lens plaatst, begint bovenaan donker en loopt dan langzaam over naar het onderste deel dat volledig doorzichtig is. Vergelijk het met de blauwe strook die op de voorruit van een auto zit. Het donkere deel zorgt er voor dat er minder licht op dat deel van de sensor kan vallen waardoor het contrastverschil tussen de lichte en donkere delen minder wordt.

Normaal gesproken plaats je het donkere deel over de lucht, met de overloop van donker naar licht op de horizon (over het algemeen op 1/3 of 2/3 van het beeld). Hierdoor valt er minder licht afkomstig van de lucht op de sensor, waardoor het contrastverschil tussen de lucht en de voorgrond minder groot wordt. Hierdoor heb je weer meer kans om in zowel de voorgrond als de lucht een detailrijk beeld te maken.

Voor landschappen met een prominente horizon met weinig verticale objecten kun je gebruikmaken van een filter met een harde lijn (hard graduated), heeft de scène één of meerdere verticale objecten, dan kan het beste gebruik worden gemaakt van een filter dat van donker naar licht verloopt met een zachtere overgang (soft graduated). Je hebt ook verschillende kleuren filters om bijvoorbeeld de scène blauw of geelachtig (tobacco) te maken.

Hoe goed een filter is wordt mede bepaald door of je echt neutrale kleuren hebt of dat er toch nog een blauwe of rode gloed over de foto valt. Lee Filters worden onder de beste filters gerekend, andere veelgebruikte filters komen van Tiffen, B+W, Hoya en Cokin (die laatste gebruik ik zelf, ook weer een compromis tussen kosten en effect).

 

Afhankelijk van de lichtomstandigheden en het gewenste effect moet het donkere deel relatief licht of relatief donker worden. Daarom kun je de grijsverloopfilters in verschillende sterktes krijgen, alle aanbieders verkopen ze los maar ook als set. De waarde op het filter geeft aan met hoeveel stops het licht in het donkere deel afneemt.

Om het maar weer eens overzichtelijk te houden verschilt per fabrikant wat de waarde op het filter betekent. 1-Stop donkerder wordt bij B+W, Cokin en Hoya uitgedrukt als ND2 of ND2X, bij Lee en Tiffen wordt het uitgedrukt als 0.3ND. 2-Stops verschil is ND4 of ND4X en 0.6ND en 3-stops verschil is ND8 of ND8X en 0.9ND. Heb je maar geld voor een enkele filter, dan is de ND4/0.6 filter het beste compromis. Verder kun je de filters ook nog eens bovenop elkaar plaatsen waardoor je het effect nog verder versterkt.

Het is vanaf Lightroom 2.0 ook mogelijk om het grijsverloopfilter achteraf digitaal in te voegen en tot op zekere hoogte geeft dit hele mooie resultaten zonder te hoeven investeren in de filters. Toch zul je zien dat dit niet altijd het beste effect geeft. Is de lucht helemaal wit uitgebeten dan zal dit digitale filter hier niet meer detail uit kunnen halen.

De filters zijn ook een creatief middel om de scène te beïnvloeden, als je bijvoorbeeld een extra donker filter kiest dan zet je een donkere wolkenlucht nog eens extra aan of je maakt de elementen in de schaduw nog belangrijker in de foto.

Onderdelen

Voor een grijsverloopfilter heb je drie onderdelen nodig: de filter(s), de filterhouder en de filter adapter. De filters zijn vaak 100mm tot 130mm breed.  Je moet in ieder geval zorgen dat alle lenzen waarvoor je het filter wilt gebruiken binnen die maat passen, 100mm is meestal voldoende. Bij groothoeklenzen krijg je soms op de wijdste stand zwarte randen in beeld, dan kun je de houder nog omdraaien. Er is dan ruimte voor één filter. Is dat te weinig dan is 130mm aan te raden (maar ook duurder).

De houder komt ook in één maat, breed genoeg om één of meerdere filters in te kunnen schuiven. De filterhouder kan zowel horizontaal als verticaal worden gebruikt. Sommige fotografen houden een filter tegen de lens gedrukt met één van hun handen, maar dit is alleen een werkbare oplossing als je gebruik maakt van een statief. Beter is zo’n filterhouder aan te schaffen, ze zitten standaard in de starterkits.

Het variabele deel in het geheel is de filteradapter, deze schroef je op de schroefdraad van de lens en per lensmaat heb je dus zo’n filteradapter nodig. De filterhouder wordt om deze adapter geklemd en zorgt er voor dat het filter zo dicht mogelijk tegen de lens wordt gedrukt zodat er zo min mogelijk interne reflecties kunnen ontstaan.

Werkwijze

Als je op zoek bent naar de ideale belichting van een scène dan moet je eerst meten wat het contrastverschil is tussen de verschillende delen. Kies hiervoor de spotmeting instelling gecombineerd met de Av of de handmatige instelling (zodat het diafragma gelijkt blijft) op de camera. Dan richt je eerst op de lucht en drukt je de sluiter half in en kijk je naar de sluitertijd die de camera aangeeft op een bepaald diafragma en vervolgens richt je op de grond en kijkt je welke sluitertijd de camera dan aangeeft.

Vervolgens moet je berekenen hoeveel stops er tussen zitten en daar de 7 stops (als je gebruik maakt van het RAW formaat, anders 5) die de camera standaard kan zien vanaf halen. De waarde die overblijft is de compensatie die het filter moet bereiken om niet een uitgebeten lucht of donkere grond te krijgen. Let op, de meeste camera’s springen ook met 1/2 of zelfs 1/3 stop tussen de instellingen.

Als het contrastverschil 10 stops is en je camera sensor 7 stops maximaal aan kan, dan heb je 3 stops compensatie nodig in het lichste deel van de foto om het contrastverschil binnen de mogelijkheden van je digitale camera te brengen. Kies dan bijvoorbeeld voor een ND8/ND8X/0.9ND filter.

Is het contrast erg groot, dan betekent dit dat je veel stops verschil hebt tussen de lichte en de donkere delen en dan zul je filters moeten combineren. Je kunt er maximaal drie plaatsen in de houder. Tijdens een zonsondergang gebruik ik meestal de twee sterkste filters en haal ze langzaam weg als het contrast minder wordt.

Vaak doe ik ook gewoon op gevoel en controleer ik het histogram op de camera of het gewenste effect wordt bereikt en maak dan eventueel een aanpassing. Over het algemeen is een ND4 (2stops) voldoende voor de meeste situaties.

Let op, bij meerdere filters loop je wel kans op meer flare, zeker als er wat stof of vuil op zit.

Conclusie

Over het algemeen heb je dus veel meer detail in de lucht en voorgrond in je foto. Nadelen? Die zijn er ook, een Cokin setje met drie filters, een filterhouder en twee verloopringen om op je verschillende lenzen te schroeven kost makkelijk €200+. En dan staat Cokin nog niet het hoogst aangeschreven. Ook moet je oppassen met objecten die door de horizon snijden, ook zij zullen bovenaan donkere delen krijgen. Maar als je veel landschappen fotografeert/gaat fotograferen dan kan de aanschaf van een setje best de moeite waard zijn.

ND-Filter

Als je een foto maakt leg je een fractie van een seconde vast. Dat is wat fotografie zo magisch maakt, je legt iets vast wat er slechts een fractie van een seconde is, haast onzichtbaar voor het oog. Maar soms wil je een langere periode in een foto laten zien, bijvoorbeeld om beweging te suggereren, met een lange sluitertijd. De omstandigheden lenen zich hier echter niet altijd voor.

Neutral Density filters kun je gebruiken om licht tegen te houden en hierdoor de sluitertijd te vertragen. Hierdoor kun je allerlei creatieve effecten bereiken met beweging in wolken, mistig zacht water, etc. Maar een ND filter kan ook helpen om op een zonnige dag toch met een wijd open diafragma (een laag f-getal) te kunnen fotograferen en zo een beperkte scherptediepte te krijgen. Deze effecten zijn lastig na te bootsen in een digitale donkere kamer.

Net als met het Neutral Density Graduated (ND Grad) filter worden ND filters voornamelijk gebruikt in landschapsfotografie. Door een ND filter voor de lens van de camera te plaatsen zet je als het ware een zonnebril voor de lens. Er valt minder licht op de lens waardoor de sluitertijd langer moet zijn om een correcte belichting van de foto te krijgen. Hierdoor kun je – waar je normaal een fractie van een seconde laat zien in een foto – de sluitertijd zo rekken dat je beweging in de foto kunt laten zien en effecten krijgen die je met het menselijk oog nooit kunt waarnemen.

Toepassingsmogelijkheden van het filter zijn onder andere het veranderen van water in een mistachtig effect,  waardoor je rust in een foto kunt creëren waar je anders onrustig bewegende golven zou zien. Op het moment dat er een bepaalde herhalende beweging in het water zit, bijvoorbeeld een waterstroom met wat schuim of herfstbladeren die om een bepaalde rots heen draaien, kun je deze beweging met een langzamere sluitertijd voren brengen en zo extra compositielijnen in de foto toevoegen die het oog door de foto kunnen leiden.

Zijn er snel bewegende wolken in de lucht, dan kun je dit met een normale sluitertijd vaak niet laten zien, maar door voor een langere sluitertijd te kiezen met een ND filter kun je deze beweging juist wel laten zien. Zeker als de wolken recht over je heen komen kun je door een langere sluitertijd lijnen in de lucht laten zien die naar het onderwerp gaan, ook weer handig om het oog verder de foto in te leiden.

Sterkte

Hoe sterk het benodigde filter moet zijn hangt onder andere af van de snelheid van de beweging die je wilt laten zien. Het gaat er om de sluitertijd lang genoeg te maken dat je één of meerdere keren dezelfde beweging in de foto kunt opnemen zodat je de beweging kunt laten zien. In het begin komt het er op aan om de compositie gewoon uit te proberen met verschillende filters, maar op den duur kun je vooraf ook meestal wel inschatten welk filter je nodig hebt.

De meestgebruikte filters komen in sterktes van 1 tot en met 3 stops. Een ‘stop‘ is een stap in de instellingen op de camera. Dit geldt voor het diafragma, de sluitertijd en de ISO waarden. Bijvoorbeeld het wijzigen van het diafragma van f/1.4 naar f/2 is één stop,  van f/2 naar f/2.8 is ook weer één stop, van f/2.8 naar f/4 ook weer, etc.
Elke stop betekent een verdubbeling of halvering van het licht, afhankelijk of je het diafragma verder opent of juist sluit.

Hetzelfde geldt ook voor de ND Filters, hoewel elk filter maar één sterkte heeft. Als je dus inschat dat je met drie stops sluitertijd vertraging de sluitertijd langzaam genoeg kunt krijgen plaats je een filter dat drie stops licht tegenhoudt of een combinatie van filters waarbij je dat totaal haalt.

Over het algemeen zal de camera nog scherp kunnen stellen en het licht meten, zo lang het niet te donker wordt, en kun je zonder te rekenen het filter plaatsen en gebruiken. Op een bepaald moment zou het echter kunnen dat de sluitertijd boven de 30 seconden komt. Je kan dan eventueel het filter verwijderen of je kunt zelf doorrekenen welke sluitertijd er dan benodigd is door het aantal stops te tellen en de sluitertijd te verdubbelen of te halveren.

Big Stopper

Een extreme vorm van het ND filter is de nieuwe Big Stopper van Lee. Dit is een ND3 filter dat 10 stops(!) licht tegenhoudt. Dit is zo extreem dat je niet de compositie in de camera kunt maken met het filter op zijn plek. Eerst maak je de compositie met de camera en meet je de belichting – met eventueel een ND Grad filter al op zijn plek – en vervolgens plaats je het filter het dichtst bij de camera in de houder, voorzichtig zodat het ND Grad filter niet verschuift.

Aangezien je door de zoeker niets ziet is het ook onmogelijk voor de camera om autofocus te gebruiken en het licht te meten. Hierom moet je vooraf de focus instellen en vervolgens de lens op handmatig zetten (of zelf al handmatig de focus instellen) en een rekensommetje loslaten om de benodigde sluitertijd te achterhalen. Gelukkig heeft Lee een kaartje bij het filter bijgevoegd waarmee je de benodigde sluitertijd kunt aflezen aan de hand van de gemeten sluitertijd. Dit getal is een indicatie, het filter is vrijwel nooit precies 10 stops, er kan een afwijking tot 1 stop negatief of positief in het filter zitten.

Het licht met 10 stops reduceren betekent dat de sluitertijd veel langer open moet blijven staan om genoeg licht op de sensor te laten vallen. Een sluitertijd van 1/250s wordt met het filter op zijn plek een sluitertijd van 4 seconden, een sluitertijd van 1/30s wordt een sluitertijd van 33 seconden. Over het algemeen werk je bij het fotograferen van landschappen met een dicht diafragma (f/16-22), de sluitertijd loopt dan al snel richting de minuten.

Een handig hulpmiddel voor het omrekenen van de benodigde sluitertijd voor de iPhone is het programma NDCalc. Dit programma bestaat uit twee kolommen, een kolom waar je de gemeten sluitertijd ingeeft en aan de hand waarvan je de benodigde sluitertijd kunt aflezen. Het programma heeft ook een timer waarmee je kunt laten aftellen totdat de benodigde sluitertijd is bereikt. Is de sluiter te kort open, dan zul je zien dat er maar delen van de foto zijn belicht en andere delen nog zwart zijn. Elke seconde langer openen zorgt er voor dat de foto verder intekent, maar houd je de sluitertijd te lang open, dan verlies je details en raken delen overbelicht.

Een goed idee van de benodigde sluitertijd is dus belangrijk. Gelukkig kun je bij digitale fotografie ook het histogram bekijken en kun je een inschatting maken of je de juiste belichting hebt gekregen of dat je een nog langere sluitertijd moet instellen.

Statief

Langere sluitertijden betekenen dat je vrijwel altijd gebruik moet gaan maken van een statief. Zodra de sluitertijd onder de 1/30s komt is dit in de hand bijna niet meer scherp te houden, gebruik je daarnaast een telelens, dan zal de sluitertijd nog sneller moeten zijn, het ezelsbruggetje is 1/focale lengte, dus bij op 200mm een minimale sluitertijd van 1/200s, op 85 een minimale sluitertijd van 1/85s, etc. Houd er hierbij ook rekening mee dat je vaak met een redelijk klein diafragma (hoog f-getal) fotografeert als je landschappen fotografeert en het wordt al snel een onhoudbare situatie. Gebruik maken van een camera met een crop-sensor (kleiner dan 35mm) maakt dat je de sluitertijd nog eens x1.5 of x1.6 moet vermenigvuldigen.

Het is belangrijk te investeren in een goed statief met een goede statiefkop zodat de camera niet gaat zakken onder het gewicht van de lens en zo bewogen foto’s oplevert.
De combinatie statief en balhoofd kan soms de prijs van de camera overstijgen, maar je hebt er dan ook vele jaren plezier van. Ikzelf heb gekozen voor een carbon statief van het merk Feisol met een balhoofd van Kirk en een L-bracket voor mijn Canon EOS 5D om de camera snel horizontaal en verticaal te kunnen plaatsen zonder steeds de poten en de kop te moeten bijstellen als de compositie is gewijzigd. Carbon is een lichter materiaal waardoor het eenvoudiger is het statief te dragen door moeilijk terrein of heuvel op, waardoor de kans weer groter is dat ik het statief ook daadwerkelijk meeneem. Andere goede merken zijn Gitzo en Manfrotto.

Over het algemeen is het zo bij statieven dat goedkoop duurkoop is. De gemiddelde fotograaf koopt in zijn leven drie statieven, een goedkoop statief gemaakt van een licht materiaal waardoor de camera al snel te veel beweegt, een beter statief van een paar honderd euro dat stabiel is, maar zwaar. En een echt goed statief met een goede balhoofd waarmee je jaren vooruit kunt. Uiteindelijk is het meteen kiezen voor een goed statief goedkoper dan drie statieven kopen, maar soms is het ook nodig te weten wat je niet wilt voordat je een goede keuze kunt maken voor iets waar je jaren mee vooruit kunt. En voor hetzelfde geld trekt landschapsfotografie je toch niet zo.

Als je fotografeert op statief, schakel dan de beeldstabilisatie van de lens of camera uit.
Sommige systemen kunnen er niet goed mee omgaan als het beeld perfect stil staat en gaan dan juist beweging veroorzaken. Schakel ook de functie in om de spiegel bij de eerste keer indrukken op te klappen en pas bij de tweede keer indrukken de foto te laten nemen en neer te klappen (mirror lockup). Zorg er voor dat er tussen het moment dat de spiegel opklapt en de spiegel weer neerklapt een seconde of drie/vier zit zodat de camera helemaal stil komt te staan voordat de foto wordt genomen.

Om een langere sluitertijd te kunnen bereiken moet je je camera in de Bulb stand instellen. Je bepaalt dan helemaal zelf de sluitertijd, de camera stopt niet vanzelf. Meestal is er op de camera een teller zichtbaar om je te helpen de tijd in te schatten, het voelt vaak langer dan het daadwerkelijk in tijd is. Een handig hulpmiddel is een afstandsbediening, zodat je geen beweging veroorzaakt bij het indrukken van de sluiterknop. Daarnaast kun je daarmee de sluiterknop vaak vastklemmen zodat je geen kramp krijgt van het minutenlang indrukken.

Waait er wind, probeer dan met je lichaam de camera en het statief af te schermen van de wind zodat er geen extra beweging ontstaat. Sommige statieven hebben ook een haakje waaraan je gewicht kunt hangen om het statief stabiel te houden.

Houd er bij lange sluitertijden rekening mee dat de batterij in je camera minder lang mee zal gaan. De gehele looptijd is de sensor namelijk actief. Zorg voor een extra accu als je heel veel met lange sluitertijden wilt fotograferen in een sessie.

Filterhouder

Een ND filter komt in verschillende vormen. Zo heb je filters die je op je lens kunt draaien, zoals je dit ook met een polarisatie- of UV filter zou doen. Nadeel hiervan is dat het filter verwijderen, om bijvoorbeeld te wisselen naar een sterker filter, veel werk is.
Daarnaast kun je ook niet eenvoudig andere filters er bij gebruiken, soms kunnen ze fysiek niet worden gemonteerd  of de schaduw van de filters wordt te zien in de hoeken van de lens (vignetting)

Een oplossing daarvoor is investeren in een filterhouder van een merk zoals Cokin of Lee. In deze houder kunnen 2 of meer filters worden geplaatst, de houder houdt ze stevig vast zodat je de camera kunt gebruiken met beide handen of op een statief zonder dat de filters er af vallen. Daarnaast heb je de mogelijkheid met filters te schuiven, handig als je bijvoorbeeld gebruik maakt van een ND Grad filter waarbij het belangrijk is dat de scheidslijn in het filter op de horizon terecht komt.

Cokin, B+W, Singh Ray en Lee maken filters van 100x100mm die de lensopening van de vrijwel alle crop- en full frame lenzen afdekken. Belangrijk bij het gebruik van meerdere filters is dat je rekening houdt met de volgorde van de filters. Plaats het dichts bij de camera het ND filter. Zeker met een Big Stopper filter is het belangrijk dat er zo min mogelijk licht op andere manieren dan via de lensopening op de sensor valt. Plaats vervolgens eventueel een ND Grad filter en als laatste eventueel een polarisatiefilter.

Ik heb zelf gekozen voor het filtersysteem van Lee vanwege de beeldkwaliteit. Lee filters geven geen kleurzweem aan de foto, waar Cokin of goedkopere filters dit soms wel doen. Elk filter wordt met de hand gemaakt, waardoor ze niet tot de goedkoopste behoren. Een Lee ND filter kost vaak rond de € 130 per filter. Ik beschik op dit moment over Lee ProGlass filters, die zoals de naam al zegt, volledig bestaan uit glas. Hiermee zijn ze zwaarder dan de ‘resin’ (plastic) graduated filters en gevoeliger voorbeschadigingen. Je wilt zo’n filter echt niet laten vallen, zeker niet op een harde ondergrond.

Het mooie van de ND Filters vind ik het verrassingseffect dat je krijgt als je het eindresultaat bekijkt. Dit kan een aangename verrassing zijn als je het beoogde effect krijgt, maar kan ook juist een effect geven dat je nooit had ingeschat. Zeker als er beweging in de foto – beweging van wolken of golven die op het strand slaan –zit kan elke nieuwe foto weer een ander effect te zien geven.In plaats van een fractie van een seconde leg je een tijdspanne vast.

Wil je zelf eens een poging wagen met verschillende filters, Lee heeft een relatief voordelige startkit met een filterhouder en twee filters (een 2 stops harde ND Grad en een 2 stops ND filter) waarmee je alvast een begin kunt maken. Het enige wat je nog extra nodig hebt is een ring voor de omvang van de lens/lenzen waarmee je de filters wilt gaan gebruiken.

Polarisatiefilter

Een goed polarisatiefilter (vaak liefkozend een ‘pola’ genoemd) is één van de belangrijkste accessoires die een digitale fotograaf bij zich kan hebben. Met de introductie van digitale fotografie is de noodzaak voor fysieke filters grotendeels verdwenen. Veel effecten zijn prima achteraf op de computer toe te passen. Toch is het polarisatiefilter de moeite van het aanschaffen waard. Het reduceren of verwijderen van reflecties is achteraf niet mogelijk en het toevoegen van contrast achteraf gaat ten koste van detail in de schaduwen.

Wat doet een polarisatiefilter precies? 

Het polarisatiefilter geeft een aantal effecten die goed van pas komen voor een fotograaf. Het meest merkbare effect is het effect op kleuren. Met een polarisatiefilter wordt groen groener, springen felle kleuren van bloemen er nog meer uit en wordt het contrast tussen de lucht en de wolken vergroot. Vooral dit laatste is een bekend effect, onder sommige omstandigheden wordt de lucht zelfs donkerblauw/zwart.

Een ander goed eigenschap van het filter is dat het reflecties tegengaat. Alles in de wereld reflecteert licht, anders zouden we ze niet kunnen zien, maar soms kan de reflectie zo sterk zijn (vooral midden op de dag in de zomer) dat deze invloed heeft op hoe de kleuren in de camera terecht komen.  Hoe meer reflectie, hoe minder je de echte kleuren ziet, het contrast neemt af. Kleuren worden dus versterkt als je het filter op je lens hebt zitten.

Verder worden reflecties in glas en op water tegengegaan, waardoor je met het filter wel de bodem van een fontein met vissen zou kunnen zien en niet alleen de kop van een kikker, maar ook zijn lijf onder de waterspiegel. Een andere goede toepassing is bij het maken van een portretfoto waarbij je met een polarisatiefilter glimmende plekken tegen kunt gaan.

Werking

Het filter bestaat uit twee delen, een deel dat je op de schroefdraad van de lens draait en een draairing waarmee je het effect kunt doseren door er aan te draaien. Het kunnen draaien is een belangrijke eigenschap van het filter, afhankelijk van de sterkte van het licht en de lichtinval heeft het filter namelijk een ander effect. Als je je camera enkele graden draait zal het effect meteen veranderen.

Iedere keer als de locatie van de camera wijzigt moet je het filter aanpassen door aan de draairing te draaien. Als je bijvoorbeeld de camera na horizontaal te hebben gefotografeerd opeens verticaal houdt is het effect van de polarisatiefilter weer weg. Ook als de hoek van de zon is veranderd moet je een aanpassing doen. Je moet dus aan de draairing blijven draaien, het filter op de lens steken alleen is niet genoeg. Let ook op als de lens een draaiend voorelement heeft, het voorste deel van je lens draait bij het focussen en het effect van het filter wordt dan ook aangepast.

Het filter is het meest effectief als de camera op 90 graden van de zon wordt gehouden, dus de zon staat links of rechts van de fotograaf. Daarnaast hangt het ook nog af van de verticale hoek waarin de camera wordt gehouden. Soms krijg je ook al donkere luchten als je geen polafilter gebruikt, vooral op hele zonnige dagen met een groothoek lens. Er zijn ook standpunten waarop het filter geen effect heeft, bijvoorbeeld als de zon recht achter je of recht voor je staat.

Heb je te maken met grijze luchten waar geen zon doorheen komt, dan heeft het filter ook geen effect. Voor reflecties wegdraaien maakt het trouwens niet uit waar de zon staat, dat werkt altijd. Het is een favoriete toepassing van mij voor bijvoorbeeld watervallen, de reflectie wegwerken en de sluitertijd zo te vertragen dat het een miseffect geeft.

Hoe weet je nu of je het gewenste effect hebt? Door aan het filter te draaien zie je in de zoeker van de camera van het effect. Tijdens het draaien komt er een punt waarop het beeld er het meest aangenaam uit ziet. Bijvoorbeeld bij een blauwe lucht met witte wolken, tijdens het draaien komt een punt waarop de wolken er opeens uit lijken te springen.
Dat is op dat moment het ideale effect.

Door aan het filter te draaien komt er ander licht de lens binnen, waar rechts de kleur donkerblauw veel sterker is, maar ook de details in het groen veel meer zichtbaar. Met de draairing kun je dus ook creatieve keuzes maken.
Circulair of lineair?
Er zijn twee verschillende filters, een circulair en een lineair filter. Lineaire filters zijn minder duur dan circulaire filters en ook marginaal effectiever. Maar je hebt een circulair filter nodig als je een camera hebt die door de lens meet of autofocus heeft, anders schakel je door het ombuigen van lichtstralen dat het filter doet één of beide functies uit. Kortom je hebt een circulair filter nodig voor alle spiegelreflexcamera’s sinds – ehm – 1960 ofzo 😉

Ook voor herfstfoto’s komt een polarisatiefilter goed van pas, door aan de draairing tedraaien werd de kleuren van de gele herfstbladeren nog verder versterkt. Op het LCD scherm zagen ze er in eerste instantie contrastloos en mosterdkleurig uit, even draaien en ze knallen van het scherm.

Prijskaartje

Komt al dit moois ook met een prijskaartje? Ja, je verliest met een polarisatiefilter gemiddeld 1-2 F-stop(s), wat betekent dat je sluitertijd iets langzamer is dan als je geen polarisatiefilter gebruikt. Zou je zonder op 1/180s kunnen schieten, dan zit je nu op 1/60s. Afhankelijk van de focale lengte van de lens (op hoeveel mm je schiet) zou je bewegingsonscherpte in je foto’s kunnen introduceren. Ruwweg moet de sluitertijd minimaal gelijk zijn aan het aantal mm, bijvoorbeeld 1/100s minimaal op 100mm.

Het verliezen van wat licht is echter geen probleem op dagen met blauwe luchten en een zonnetje, dan is er voldoende licht om dit te compenseren. Soms kan het zelfs wenselijk zijn expres het filter er op te draaien en wat licht te verliezen, zodat je juist op die zonnige dagen een langzamere sluitertijd kunt krijgen en daardoor een creatieve beweging in de foto kunt bewerkstelligen. Vooral handig bij het fotograferen van waterpartijen waarbij je de beweging van het water wilt zien met een lange sluitertijd. Zonder polarisatiefilter krijg je op een zonnige dag de sluitertijd misschien niet langzaam genoeg.

Ook koelt het polafilter het beeld iets meer af, er wordt meer blauw in de foto geïntroduceerd. Maar dit is niet iets dat niet digitaal opgelost kan worden door de witbalans aan te passen. Het effect kan ook te ver doorslaan, bijvoorbeeld op hogergelegen locaties, maar ook op zeeniveau. De lucht wordt dan zo donker dat het bijna zwart lijkt.

Heb je een filter nodig voor elke lens? Niet per se, polarisatiefilters zijn relatief duur dus je kunt het beste een afweging maken welke lenzen er van zouden kunnen profiteren. Elke lens heeft een bepaalde filterdiameter. 50mm, 77mm, 82mm, 85mm, het komt niet vaak voor dat je twee lenzen hebt die dezelfde diameter delen. Voor elke diameter moet je dan een filter hebben.

Het is echter ook mogelijk verloopadapters te gebruiken.  Bijvoorbeeld een 58mm filter kan met een adapter ook op 55 of 52mm lenzen worden geplaatst of een 77m filter kan met een adapter op 72, 67 of 62mm lenzen. Soms is het ook de vraag of het echt nuttig     is om een polarisatiefilter op een lens te plaatsen. Bijvoorbeeld bij macro lenzen ben je     toch al aan het ‘knokken’ om genoeg licht te krijgen en het beeld stil te houden, dan kun je niet nog eens 1.5 F-stop aan licht verliezen.

Groothoek

Vaak wordt afgeraden een polarisatiefilter te gebruiken met een groothoeklens. Door de grote hoek wordt verder van de zon de lucht donkerder gekleurd dan de lucht dichter bij de zon, waardoor een onregelmatig effect in de lucht ontstaat.

Een ander iets om rekening mee te houden is dat een standaard polarisatiefilter een vrij dik filter is, doordat je die draairing er op hebt zitten. Hierdoor krijg je in groothoeken breder dan ongeveer 24mm een deel van het filter in beeld, een vignette. Dit zie je door donkere hoekjes in de hoeken van de foto. Je kunt dit tegengaan door een dunner filter (vaak uitgeduid met de term ‘slim’) te kopen, maar die zijn wel iets duurder. Of je kunt natuurlijk een stukje uit de foto knippen. Dan moet je wel genoeg ruimte hebben aan de buitenranden, dus daar moet je dan bij het maken van de foto rekening mee houden.

Met een polarisatiefilter kun je heel veel voor je foto’s doen zonder uitgebreid te hoeven bewerken. Sommige effecten zijn op de computer niet te bereiken, zoals het tegengaan van reflecties. De filters zijn relatief duur, maar kies toch voor een bekend merk met een goede reputatie, het is het waard. Dit zijn Hoya en Tiffen aan de goedkopere kant, B+W of Heliopan in de hogere prijscategorie. Ikzelf gebruik zowel Hoya als Tiffen filters. Controleer welke diameters de lenzen hebben die je wilt gebruiken en koop altijd circulair polarisatiefilters.

 

Geef een reactie