De compositie

Compositie

Smaken, trends en stijlen veranderen snel. Als je door oude tijdschriften bladert, dan zullen de foto’s al snel oubollig op je overkomen. Dat komt niet alleen doordat uit kleding, kapsels en straatbeelden een duidelijk tijdsbeeld spreekt. Smaken, trends en stijlen in de fotografie veranderen snel.

Toch zijn er enkele basisprincipes aan de hand waarin wij in onze westerse maatschappij beelden eerder zullen beoordelen als mooi, boeiend, interessant, prikkelend, spannend etc. Als je bewust met enkele van deze regels rekening houdt, zullen je foto’s beter in de smaak vallen bij anderen. Hieronder heb ik een aantal regels beschreven, waarbij de eerste en belangrijkste regel aantoont dat alles relatief is.

Alles mag, niets moet

Voor een mooie fotocompositie geldt maar één ding: alles mag, niets moet.

Basisvormen

Bekende basisvormen geven een bepaalde 
rust aan een foto. Vierkanten, cirkels en driehoeken zijn op soms onverwachte plekken aanwezig in een foto. Je moet daarbij niet alleen denken aan concreet aanwezige vormen zoals een
rond putdeksel of een huis met een vierkant gevel en een driehoekig puntdak. Het is verrassender als er in een compositie een vorm te herkennen is door bepaalde lijnen met elkaar te verbinden. Het kan mooi zijn om deze vormen een pakkende plaats in de compositie te geven.

Beeldhoek

De beeldhoek wordt bepaald door het objectief 
waarmee  de foto wordt  gemaakt en de positie van waaruit de fotograaf naar het onderwerp kijkt. De beeldhoek verandert al enorm als je niet staan, maar knielend fotografeert.

Kies een juiste beeldhoek. Fotografeer mensen zo veel mogelijk vanaf gelijke ooghoogte. Ga dus op één knie voor iemand zitten en blijf niet staan. Anders krijg je een lelijke vertekening van het gezicht. Klim geregeld op een stoel of tafel om iets van bovenaf te laten zien, of ga op de grond zitten voor een laag standpunt

Beeldvullend

Loop naar het onderwerp toe om het beeldvullend op de foto te krijgen. Kun je niet naar het onderwerp toelopen, gebruik dan een teleobjectief.. Zorg ervoor dat het onderwerp niet verloren gaat in het geheel van de foto.

Kleuren en dieptewerking

De verschillende kleuren uit het kleurgamma dat wij kunnen zien hebben allemaal andere eigenschappen. Licht is een straling die zich als golven gedraagt. daardoor is de kleur te beïnvloeden met behulp van filters.
 

Rood is een kleur die erg veel aandacht trekt, terwijl koele kleuren als blauw en groen op de achtergrond komen. Verschillende kleurcontrasten kunnen een foto extra inhoud geven. het rood – groen, geel – violet, of blauw – oranje contrast valt erg op en geeft een extra dimensie aan een foto. Deze contrasten zijn gemakkelijk zichtbaar op een kleurencirkel.

Links naar rechts

Wonend in een westerse cultuur zijn we gewend van links naar rechts te kijken.
Zo lezen we van links naar rechts, maar onbewust verkennen we een beeld
ook van links naar rechts. De beste plaats voor het hoofdonderwerp van een foto is daarom aan de linkerkant van het beeld (zie derdenregel). Als je het onderwerp precies in het midden plaats, is de kijker minder snel geneigd de rest van het beeld te verkennen.

Derdenregel

Verdeel het beeld horizontaal en verticaal
in drie gelijke stroken.
Er ontstaat nu een beeld dat bestaat uit negen gelijke vlakken. De snijpunten van de verschillende lijnen zijn de zogenaamde sterke punten van een foto. Probeer je hoofdonderwerp op een van deze punten in beeld te krijgen (en dus niet in het midden).

Diagonaallijn

Een duidelijke lijn die van linksonder naar rechtsboven loopt voert de blik van de kijker ‘de foto in’. Het geeft dynamiek of diept aan de foto. Een lijn die juist in tegengestelde richting loopt (van rechtsonder naar linksboven) doorbreekt de vaker gebruikt diagonaallijn en kan daardoor zelfs nog sterker werken.

Contrasten

Gebruik contrasten in de foto om diepte te cre‘ren. Een donkere (schaduwrijke) voorgrond trekt het oog naar een lichter punt op de foto, waardoor de diepte benadrukt wordt.

Creër diepte

Creër diepte door met verschillende lagen in de foto te werken. Bijvoorbeeld een persoon op de voorgrond, een ander object in het midden van het beeld en zo verder werkend naar de diepte toe.

Geef een reactie